Rotterdams referendum ontsnapt aan ICT-blunder

Als Rotterdam op 30 november 2016 naar de stembus gaat voor een referendum dan is het een zegen dat de burgers niet kunnen stemmen in de cloud. Volgens burgemeester Ahmed Aboutaleb kan dat namelijk veilig met DigiD. Uit stukken blijkt nu dat basale zaken voor het systeem als het voorkomen manipulatie van de stemmen of het bewaren van het stemgeheim niet zijn afgedekt. Voor de gebruikte software is niet eens een ontwerp beschikbaar.

Op 30 november 2016 stemt Rotterdam over de vraag of 20.000 goedkope woningen mogen worden gesloopt. Aboutaleb wil dat, maar er zijn veel burgers tegen. De burgermeester maakte bekend een referendum hierover in de cloud te willen organiseren, waarbij burgers met DigiD kunnen inloggen. Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur(Wob) heb ik alle documenten over dit stemmen opgevraagd.

Eerlijke verkiezingen

Om een referendum eerlijk te laten verlopen, moet minimaal aan een aantal eisen worden voldaan:

  1. Waarborgen van het stemgeheim;
  2. Stemgerechtigden moeten daadwerkelijk in staat zijn om te stemmen;
  3. Het niet mogelijk is te rommelen met de stemmen door aanvallers of bestuurders;
  4. De burger kan controleren dat de verkiezingen kloppend verlopen;
  5. Het is duidelijk hoe het kiessysteem werkt;

Deze en alle andere eisen horen thuis in specificaties, systeembeschrijvingen en de beschrijving van gebruikte technieken. Dan kunnen we zien wat het systeem doet en of dat overeenkomt met de eisen. De gemeente Rotterdam heeft die documenten in het geheel niet. Wat de bouwplannen zijn van het systeem is voor gemeente en burger niet te toetsen. Hoe het gebruik van niet anonieme DigiD toch het stemgeheim waarborgt is een raadsel.

Dat is problematisch, maar nog niet onoverkomelijk. Bij ieder systeem draait het om wat er nu daadwerkelijk is gebouwd: de software. Uit de broncode, zeg maar de systeemcode die de programmeurs maken en die het echte programma vormen, blijkt pas echt of aan de eisen wordt voldaan. Maar ook die broncode heeft de gemeente niet. Daarmee ontbreekt ook aan de mogelijkheid om daarop gebruikelijke beveiligingscontroles uit te voeren.

Niet toetsbaar

Wat er geleverd wordt door de leverancier is schimmig en niet controleerbaar. De kiezer kan zelfs niet controleren wat de leverancier zegt te gaan bieden. Want die informatie is volgens Rotterdam een bedrijfsgeheim. Het gevolg is dat de verkiezingen niet toetsbaar zijn. Of het bedrijf te vertrouwen is weten we niet, want ook die naam wordt niet gecommuniceerd. Zelfs basale controles naar de organisatie kunnen we niet uitvoeren.

Wel is gekeken naar veiligheid en een zogenaamde penetratietest uitgevoerd. Daarbij kijkt een bedrijf of er zwakheden van de buitenkant te zien zijn en of daar aan een standaard wordt voldaan. Naar het hele systeem, de kwaliteit van de software of achterdeurtjes is niet gekeken. Ook beschikt de gemeente niet over testrapporten dat de leverancier zelf kwaliteit waarborgt.

Bij het testen is iets ontdekt wat zo ernstig was dat het gerepareerd is en daarna opnieuw getest. In de offerte voor die test staat: “Wel is uiteraard de balans tussen investering en risicoreductie in evenwicht gehouden.” Hoe goed is geïnvesteerd op de testen, wat de bevindingen zijn, is weer geheim.

Zwarte doos

Aboutaleb presenteert een zwarte doos waar nooit harde eisen zijn neergelegd voor een eerlijk verkiezingsproces, dat geen systeemontwerp kent en waarvan hij niet weet wat er uiteindelijk gebouwd is. Er is niet het begin van bewijs dat het DigiD-systeem eerlijke verkiezingen waarborgt. Wat getest kon worden, bleek onveilig en veel is niet getest. Dat is geen goede basis voor een gewoon systeem laat staan voor verkiezingen.

De Verenigde Staten laten zien dat de presidentsverkiezingen voor de machtigste baan onderwerp van discussie kunnen worden door elektronisch stemmen. Gelukkig heeft de gemeenteraad van Rotterdam een stokje voor stemmen in de cloud gestoken. Aboutaleb heeft namelijk geen flauw idee hoeveel Rotterdammers beschikken over een DigiD en hoeveel burgers kunnen stemmen.

Lees de Wob-stukken hier:

Hoe een vertragingstactiek het mislukken van Digitaal 2017 bloot legt

De opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) legt tijdens de behandeling in de Eerste Kamer een pijnlijk probleem bloot: overheden blijken massaal niet hun wettelijke verplichtingen te kunnen nakomen. Ook is het twijfelachtig of de ICT-ambities voor het tot 2019 vertraagde Digitaal 2017 ooit nog wel goed op de rit krijgt.

Voor het zomerreces keurde de Tweede Kamer de Wet open overheid (Woo) goed. Groot pijnpunt volgens de Ministers Plasterk en Blok is het maken van een register met de bij de overheid aanwezige documenten. In zo’n lijst staat welke documenten er bij een bestuursorgaan zijn. Een nogal cruciaal onderdeel wil je ooit nog stukken terugvinden.

Nu de wet bij de senaat ligt en wel eens realiteit zou kunnen worden, laat minister Blok spontaan onderzoek uitvoeren naar de kosten van de invoering van de wet. Het is een beetje laat in het proces en een doorzichtige truc om de nieuwe wet te frustreren, maar ook een helder signaal: de digitaliseringsslag is heel zwak rond de toegankelijkheid van de informatie. Het is een nogal cruciaal detail.

Lezen en begrijpen

Wat de situatie extra pijnlijk maakt, is dat de lijst nu al een verplichting is. De Archiefwet eist dat er een besluit komt of een document nou wel of niet in het archief hoort en hoe openbaar het document mag zijn. Het grote verschil is alleen met de nieuwe wet is dat dat de administratie niet na twintig jaar in orde wordt gemaakt, maar nu al. Je zou verwachten dat dit een logische stap is voor een overheid die uitsluitend nog digitaal wil communiceren met de burger.

Plasterk wat de Woo zou kosten aan … de Belastingdienst. Hoe toevallig zij verwachten dat zij in ieder geval 55 miljoen per jaar kwijt zijn aan het bijhouden van de administratie. De dienst verwacht geautomatiseerd de informatie aan de lijst te kunnen toevoegen, maar niet andere zaken. Het gaat dan om verwerken van de 16.000 klachten, 420.000 bezwaarschriften, twee miljoen notities van de Belastingtelefoon en 76 miljoen aangiften.

Het rubriceren zou 1-4 minuten duren en daarmee kost het ondoenlijk veel geld is de redenering. “Maar bijvoorbeeld een klacht moet gelezen, begrepen en geanonimiseerd worden. En de beleidsdocumenten zijn hier nog niet bijgeteld”, stelt een zegsvrouw.

Duurder

Dat dit slimmer kan, is evident want rubriceren mag gewoon heel algemeen gebeuren. Een klacht is een categorie op zichzelf net als een vraag. Maar belangrijker is de vraag: hoeveel kost het rubriceren als je 20 jaar later een wettelijk verplicht besluit over de stukken neemt?

Volgens Marens Engelhart van het Nationaal Archief stelt tijdens een hoorzitting over de Woo in de senaat dat achteraf behandelen het veel duurder is:

De Wet open overheid brengt eigenlijk de noodzaak naar voren om voor al die organen ook elementen met betrekking tot de openbaarheid in te regelen. Zodra organisaties namelijk archieven overbrengen naar een archiefinstelling, moet aangegeven worden wat het openbaarheidsregime is en of er beperkingen zijn. Als je dat pas doet op het moment van overbrenging, is dat heel veel werk en het is ook kostbaar om dit achteraf te doen. In het wetsvoorstel open overheid wordt dat moment naar voren gebracht. Er zijn dus twee elementen. Het gaat in de eerste plaats om meer organisaties en in de tweede plaats wordt het moment van openbaarheidsbeperkingen naar voren gebracht. Dat is effectiever.

Slechte archivering

Daarnaast wordt iets anders duidelijk: als er nu nieuwe kosten dreigen te ontstaan dan deugt de archivering dus niet. Volgens Blok moet nu worden uitgezocht wat het rubriceren van documenten kost. Al is het nu al een verplichting toch is dit kennelijk een grote onbekende.

Dus als de minister in 2019 überhaupt zijn digitaliseringsambities (Digitaal 2017) al weet waar te maken dan voldoet de overheid nog altijd niet aan de Archiefwet. Een conclusie die wel vaker wordt getrokken. Het parlement vraagt om goede archivering, maar krijgt dat niet.

Informatie verdwijnt dus in systemen waar het niet makkelijk is meer te vinden. Dat verklaart meteen waarom de huidige Wob-verzoeken zoveelk gedoe zijn. De informatie is er wel, maar zo goed verborgen dat zelfs de ambtenaren er maanden aan moeten werken om die ooit nog boven tafel te krijgen.

Jij-bak

Via een goedkope jij-bak schrijven ministers Plasterk (ooit als minister in het verleden verantwoordelijk voor de archieven) en Blok dat problemen nu toe aan de Wet open overheid.

De brief van Blok over het onderzoek naar de invoering van de Woo maakt iets heel duidelijk: Het echte probleem is niet de nogal doorzichtige vertragingstactiek om transparantie tegen te gaan, maar de onkunde de digitale archieven goed op orde te krijgen en het stelselmatig negeren van signalen. Dat probleem materialiseert zich ze met de huidige Archiefwet pas over een jaartje of 20.

NZa moet niet lullen, maar poetsen!

De Nederlandse Zorgautoriteit bewierookt in een ronkend persbericht zorgverzekeraar CZ voor het openbaar maken van ziekenhuistarieven. Maar die verklaring is hypocriet. De NZa zit namelijk zelf op deze gegevens en houdt ze angstvallig geheim.

Zorgverleners betalen voor veel behandelingen via een standaard codering. Zo is te zien wat bijvoorbeeld het behandelen van een bepaalde beenbreuk kost. De prijs verschilt per ziekenhuis en contract. Het kan zijn dat jouw zorgverzekeraar meer betaalt dan een andere. En ben je niet verzekerd dan betaal je weer een ander tarief.

Database

Dankzij de codering moeten wij als patiënten gaan shoppen en de NZa, de marktmeester in de zorg, moet de transparantie bevorderen. De zorgautoriteit beschikt namelijk over een grote database met daarin alle behandelingen, die zijn gedeclareerd. Je kunt dus heel precies zien wat behandelingen kosten en het zou patiënten enorm helpen als die gegevens controleerbaar zijn.

Dus vroeg de Stichting Open State Foundation in 2014 met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur om die database geheel of gedeeltelijk openbaar te maken. Vervolgens zette de zorgautoriteit alles op alles om juist deze gegevens onder de pet te houden. Er viel niet over te praten en voor tussen vormen stonden ze ook niet open.

Niet transparant

Toen ik voor de stichting naar de rechter stapte, zette de NZa de landsadvocaat om juist transparantie in de weg te staan. Flink investeren in schimmigheid om de kosten die van ons belastinggeld en met onze zorgpremies worden betaald inzichtelijk te maken.

Inmiddels ligt de zaak bij de Raad van State waar NZa het ‘no can do’-evangelie blijft verkondigen. Een belangrijke lijn van redenering om maar niet transparant te zijn, is de angst dat zorgverzekeraars de kosten van zorgverleners zouden drukken. Zorgverleners zouden dat niet willen. Maar in het hoger beroep hebben we zelfs de verklaring van de MC Groep namens vier ziekenhuizen toegevoegd dat zij geen enkel bezwaar zien.

Hypocriet

Hoe hypocriet is het dan dat als CZ precies deze tarieven openbaar maakt juist deze NZa in een persbericht de loftrompet gaat steken over de transparantie?

De NZa hoopt dat deze stap een versnelling betekent in het beschikbaar stellen van informatie over kwaliteit en kosten van zorg; en dat andere zorgverzekeraars het voorbeeld van CZ volgen.

Of met statements als:

René Jansen, lid van de Raad van Bestuur van de NZa: “Een volgende stap is dat ook andere zorgverzekeraars aan de slag gaan met het inzichtelijk maken van de kosten van ziekenhuisbehandelingen. En uiteindelijk zouden verzekeraars ook meer informatie moeten gaan geven over de kwaliteit van de zorg; patiënten willen graag weten waar je het beste terecht kunt voor een bepaalde behandeling. Dat betekent dat verzekeraars bij de inkoop ook afspraken gaan maken over de kwaliteit van zorg.”

Het cynische van het verhaal is dat de sleutel dus niet bij de verzekeraars alleen ligt. De NZa heeft de mogelijkheden om vandaag nog dit probleem op te lossen. In juli wezen we de NZa nog publiekelijk dat er gewoon wettelijke mogelijkheden zijn wel transparant te zijn als de NZa dat echt wil.

De oplossing is simpel: maak vandaag nog zorgkosten openbaar

of anders gezegd: niet lullen maar poetsen!

Plasterk blijft vechten tegen transparantie

Nadat de Tweede Kamer op eigen initiatief een nieuwe wet voor transparantie heeft aangenomen, wil Ronald Plasterk door met de oude wet: maar dan minder transparant.

Nog geen maand geleden stemde het parlement voor de initiatiefwet van GroenLinks en D66 om de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) te vervangen door de Wet open overheid (Woo). Een historische stap. Het gevolg is dat meer overheidsinformatie in openbaarheid mag en de burger minder lang hoeft te wachten.

Onfatsoenlijk

Maar voor de Eerste Kamer zich over de wet kan buigen heeft Plasterk een tweede wet ingeschoten bij het parlement. Die wet borduurt voort op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Om te voorkomen dat golddiggers de wet misbruiken moet er een aanpassing komen: de dwangsom moet worden afgeschaft door wettelijke termijnen een onderdeel van overleg te maken. Ofwel: de burger de rechtspositie af te pakken.

Niet alleen is de methodiek ‘wacht maar tot je een ons weegt’ onfatsoenlijk, maar ook de gang van zaken. Het probleem van de golddiggers is namelijk in de Woo al opgelost en daarover heeft de Tweede Kamer al beslist. Probleem gefixt dus. Door nu de initiatiefwet van het parlement te doorkruisen met een eigen, mindere wet is ronduit onfatsoenlijk.

Dat documenten zo slecht toegankelijk zijn bij veel overheden valt onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. En u raadt het al: echt meters maakt Plasterk niet met het fixen van de oorzaak van het laat beslissen op informatieverzoeken: de slechte systemen. Weer onfatsoenlijk, zeker als je beseft dat de Woo wél op die problemen ingaat. Dat is dus drie maal onfatsoenlijk.

Haast

Natuurlijk is er een redenering om dit onfatsoenlijke goed te praten. De minister heeft namelijk haast om dit probleem te fixen. Anders vloeit er zoveel geld weg. Daarom is het ‘spoedwetje’ nodig. Maar de spoedwet heeft wel twee jaar op zich laten wachten. In juni 2015 sprak de kamer er al over.

Dat de behandeling bijna een jaar heeft stilgelegen is op initiatief van Plasterk zelf. Hij schrok van een PvdA-motie. Die stelt namelijk dat de burger wel naar de rechter mag stappen wanneer de overheid de wettelijke termijnen aan de laars lapt. Inmiddels is die motie aangenomen … tijdens de behandeling van de Woo. Dus de spoed is nogal een misbruikt argument.

Sans gêne

De Tweede Kamer zou zich geschoffeerd moeten voelen door het überhaupt inbrengen van deze wet, de schijnargumenten van ‘spoed’ en de gebrekkige informatievoorziening. Deze wet reageert zeven jaar sinds de introductie op een probleem dat inmiddels door het parlement al is verholpen en hoopt duidelijk dat de Woo er nooit gaat komen. Ondertussen raakt het de rechtspositie van de burger. Plasterk is echt sans gêne en echt onfatsoenlijk bezig.

1-0

Met het aannemen van de Wet open overheid door de Tweede Kamer staat het 1-0 voor de burgers versus VNO/NCW en de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Vooral die laatste club lijkt de eigen organisatie steeds belachelijker te maken.

VNG-directielid Kees Jan de Vet had het er maar druk mee de laatste weken. Hij had rode vingertjes van het sturen van brandbrieven naar de Tweede Kamer en het bellen naar de politici om vooral tegen meer transparantie te stemmen. Zijn verhaal is al jaren dat hij transparantie een warm hart toedraagt, maar de daden van hem en zijn vereniging zijn telkens anders. Zijn club adviseert al jaren in obstructie van transparantie, het op kosten jagen van burgers, het buitenspel zetten van digitale hulpmiddelen en het coördineren van verzet tegen iedere verandering.

Niks bereikt

Als het aan hem en zijn VNG had gelegen, gebeurt er niets. Want zoals de beste man al verkondigde bij een hoorzitting in 2014 wilde hij af van de druk om tijdig volgens de Wob zaken te leveren. De gemeenten zouden dan vanzelf transparanter worden. Een nieuwe wet was volgens hem echt niet nodig. Al eerder werd beterschap beloofd, maar ook toen veranderde er bitter weinig.

Maar transparantie en het leveren van informatie staat of valt met digitalisering van de documentenstroom. Van die stap is ook weinig terecht gekomen. Eerdere initiatieven om bijvoorbeeld het uitwisselen van gegevens te verbeteren zijn onder verantwoordelijkheid van de VNG onder aanvoering van Kees Jan op weinig uitgedraaid.

Geen rol

Hoe het ook zij Kees Jan was actief in het tegenwerken van de wet namens de gemeenten. Het leek goed te werken, want vooral het CDA had goed geluisterd naar de VNG. En ook Plasterk wees erop:

Dat is consistent, mede omdat ook andere overheden, bijvoorbeeld de VNG, kritisch hebben gereageerd op het voorliggende voorstel.

Wat de Minister en de VNG gemakshalve even vergeten, is dat de bestuurdersclub geen overheid is. Sterker nog: wil de VNG namens gemeenten spreken dan moet er een mandaat zijn en dat is er niet. In diverse gemeenten wordt veel transparanter geopereerd en gewerkt aan een digitale omgeving om aan de wet te voldoen. Kees Jan spreekt voor zijn beurt.

Yes we can

Als Kees Jan de energie die hij de laatste weken heeft getoond in het tegenwerken van de wet de laatste jaren had gehad bij voor elkaar boksen van betere archieven, betere transparantie, een cultuurveranderingen dan hadden we misschien geen wetswijziging nodig. Maar het typeert de negatieve houding van de VNG. Altijd ‘nee we kunnen het niet’ als boodschap. In plaats van een optimistische handen uit de mouwen slaan en dingen wel bereiken. Want de stappen om wel informatie toegankelijk te maken zijn niet moeilijk.

Ondertussen is Kees Jan bezig met een nieuw project: een commissie adviseren over het inrichten van het lokaal bestuur. Welke boodschap zal hij daar uitstralen?

Wanneer de geheimzinnigheidscultuur nou eens onderzocht?

Wie ooit gebruik heeft gemaakt van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) weet dat veel overheidsorganen zich uit de naad werken om te voorkomen dat de waarheid boven tafel komt. Misschien is het tijd rond transparantie niet de burger te onderzoeken, maar de overheid.

Als er één dossier met onzinnige geheimzinnigheid is omgeven dan is het wel de aanslag op de vlucht MH17. Op vage gronden wordt veel informatie geweigerd of worden kamervragen in het geheel niet beantwoord. Neem bijvoorbeeld het ontslag van professor George Maat. De forensisch expert gaf presentatie met foto’s van het onderzoek naar de MH17 en werd daarom ontslagen.

Veel doorhalen

De Tweede Kamer vroeg om opheldering door documenten te krijgen. Al bestaat dat recht op basis van de grondwet toch ging de minister zich opeens verschuilen achter de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Veel documenten waren goeddeels gekuist, want volgens de wet zou niet alles openbaar kunnen worden.

Daarna kreeg professor Maat na veel vijven en zessen eindelijk inzage in het onderzoek over hem. De eerste keer dat Maat inzage had in zijn heel dikke dossier was er slechts een uur tijd inclusief een voorgesprek en kon hij niets doen. Pas bij een moeizame tweede poging kreeg hij weer inzage en schreef hij alles over. Dit was de enige manier om het openbaar te maken. Het resultaat zette hij online. Wat opvalt is dat op basis van de Wob er nogal wat is aan te merken op het zwart maken van veel informatie. Ik geef drie voorbeelden:

Ten eerste: het weigeren van simpele feiten. De passage:

Op donderdag 23 april werd op last van de minister van Veiligheid en Justitie de samenwerking met professor Maat beëindigd.

wordt geweigerd. Maar welke grondslag op de Wob hier met succes zou opgevoerd kan worden is mij een compleet raadsel. Dit is toch echt een besluit van de hoogste bestuurder op een departement. Maar misschien had de geheimzinnigheid weinig te maken met de regels van de Wob, maar meer met het verdoezelen van een discrepantie met deze kamervragen van CDA en D66 waar de Minister schreef bij vraag 21:

Na de uitkomsten van het interne onderzoek heeft de korpschef vervolgens bepaald dat de samenwerking met professor Maat in dit identificatieproces werd beëindigd.

Een tweede voorbeeld is de interne beraadslaging. Veel gegevens uit het ‘rapport van relaas’ onder andere geweigerd op basis van zogenaamde stukken opgesteld voor interne beraadslaging. Dat is een uitzonderingsgrond die ambtenaren de ruimte moet geven om een persoonlijke mening te geven zonder dat iedereen die te zien krijgt. Prima. Maar een ‘rapport van relaas’ is een proces verbaal. Dat gaat om feiten niet om meningen. Is dit een gelegenheidsargument of is naar een conclusie toegewerkt?

Zo werden meer feitjes en weetjes geweigerd:

Uit onderzoek is mij, rapporteur, gebleken dat er op intranet een “presentatie voor collega’s” staat. In deze presentatie staan geen foto’s die herleidbaar zijn naar slachtoffers. Op intranet is te zien dat het bericht op 9 april is gewijzigd.

Dat is wel een belangrijk weetje, omdat er een standaard presentatie was en professor Maat dus helemaal niet zijn boekje te buiten was gegaan. Dat roept de vraag op of dit een stukje tekst van intern beraad was of de echte grond van weigering was ‘omdat het de minister schaamrood op de kaken geeft’?

Een foutief beroep op privacy. Her en der worden namen van ambtenaren gezwart om ‘de persoonlijke levenssfeer’ te beschermen. Bij de Wob is dat inderdaad onder omstandigheden mogelijk, maar niet als het gaat om ambtshalve functioneren. Dus een politieambtenaar die een rapport opstelt, een korpschef, een operationeel hoofd LFTO (Landelijk Team Forensische Opsporing) of andere teamleiders zijn mensen die een functie bekleden, waarbij belangrijk is te kunnen herleiden wat zij doen. Dat heeft niets met privacy te maken maar met ambtshalve functioneren.

Dit zijn evident voorbeelden, waarbij doelgericht wordt gewerkt aan het tegenwerken van transparantie. Of minder vriendelijk gezegd: het verdoezelen van de waarheid.

Misbruik

Ondertussen wordt keer op keer geroepen dat de burger misbruik van de Wob maakt. Op kosten van de belastingbetaler wordt naar dat ‘misbruik’ onderzoek gedaan. Maar naar het misbruik door de overheid wordt geen onderzoek gedaan. De laatste vijfjaarlijkse analyse naar de werking van de wet stamt al weer uit 2004.

Misschien zou het goed zijn dat de Tweede Kamer beseft dat zij een grondwettelijk recht op informatie hebben en zich niet met een vertrouwelijke inzage laten afpoeieren. Het parlement hoort zich niet als een soort ‘Wob-misbruikende burger’ met een kluitje in het riet te laten te sturen. Nee. Een actief parlement start nou eindelijk eens een onderzoek naar echt Wob-misbruik en moeizame informatievoorziening.

Kom ook op de Nederlandse Right To Know Day: 28 september 2015 – Den Haag

Op 28 september 2015 is het de Internationale Right To Know Day. Over de hele wereld wordt aandacht gevraagd voor het recht op informatie om niet alleen de overheid te kunnen controleren, maar ook met inhoud aan het debat te kunnen meedoen. Ook in Nederland organiseren we de dag en wel in de Bibliotheek van de Gemeente Den Haag.

In het hoofdprogramma wordt een Wob-rechtszaak nagespeeld tussen een notoire Wobber (Mike Muller, Telegraaf) bijgestaan door Mr. Jan Willem Severijnen die normaliter namens de overheid procederen en een bestuursorgaan met Pieter Klein (RTL NIeuws) als bestuurder vertegenwoordigd door Brenno de Winter, die normaliter juist tégen de overheid procedeert. André Verburg, bestuursrechter bij de Rechtbank Midden-Nederland, leidt de zitting tussen de kemphanen in goede banen. Getuigen die toelichting geven over specifieke problematieken zijn:

  • Astrid Oosenbrug, Tweede Kamerlid voor de PvdA
  • Arjan El Fassed, directeur Open State Foundation en oud-kamerlid voor GroenLinks
  • Prof. Mr. Bernd van der Meulen, Hoogleraar Recht en Bestuur aan de Wageningen University
  • Roger Vleugels, Wob-guru van het eerste uur
  • Milja de Zwart, Voorlichter en Wob-expert bij de Gemeente Den Haag

Daarnaast zijn er workshops om nadere verdieping te krijgen:

  • Initiatiefwet: Wet open overheid – Linda Voortman, Tweede Kamerlid GroenLinks
  • Wet hergebruik – Arjan El Fassed, Open State Foundation en oud-kamerlid voor GroenLinks
  • Complexe vraagstukken bij het Wobben: Brenno de Winter, Wobber en oprichter Bigwobber.nl
  • Een wandeling door het archief van de Gemeente Den Haag

Na de workshop zal de rechter uitspraak doen en de aanwezigen gelasten te genieten van een netwerkborrel waar ook het Mind the Gap Duo zal optreden. Mooie achtergrond muziek en zeer sfeer verhogend:

 

U kunt zich hier aanmelden:

Fill out my online form.

Aanmelden is kosteloos, maar een bijdrage om de dag nog leuker te maken is welkom op NL80 KNAB 0741 0600 35 tnv Bigwobber.nl

Locatie: Bibliotheek Den Haag, Spui 68

U bent welkom op 28 september vanaf 13:00. Het programma begint om 13:30

De Right To Know Day wordt mede mogelijk gemaakt door: de Nederlandse Vereniging van Journalisten, NU.nl, RTL Nieuws, Poppe & Partners, de Open State Foundation en Bigwobber.nl.

Met dank aan de Gemeente Den Haag voor de gastvrijheid

College Wob in de steigers

Een tsunami aan Wob-verzoeken zou er zijn. Feit is dat er in Nederland per hoofd van de bevolking 5-10x minder Wob-verzoeken zijn dan in vergelijkbare landen.Er zou massaal misbruik gemaakt worden van de Wob. Nog even afgezien van het feit dat de term misbruik niet gedefinieerd is, gaat het, buiten de politie en gemeenten, om één tot enkele zaken per jaar per orgaan.

Meer lezen